Home
Medicijn voor een betere sociale ontwikkeling bij autistische kinderen?

Medicijn voor een betere sociale ontwikkeling bij autistische kinderen?

, 4 december 2013

papieren popjes

Onderzoekers van Yale University zijn tot de conclusie gekomen dat het hormoon oxytocine de hersenactiviteit bij kinderen met autisme verandert en ze mogelijk socialer maakt. Oxytocine wordt ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd. Zal dit betekenen dat er een medicijn op de markt komt om autistische kinderen een gemakkelijker (sociaal) leven te geven?

Het onderzoek werd uitgevoerd bij 17 kinderen tussen 8 en 16 jaar. Ze kregen neussprays toegediend; een placebo en een echte, met oxytocine. Na de sprays werd gekeken of de kinderen anders zouden reageren op foto’s. Ze kregen foto’s te zien van niet sociale foto’s (zoals van auto’s) en wel sociale foto’s (zoals van mensen). Bepaalde hersendelen die verband hebben met sociale situaties, reageerden actiever na de neusspray met oxytocine dan na de placebo-neusspray. Het bijzondere was dat dit bij alle 17 kinderen het geval was; een opvallend resultaat dus. De onderzoekers geven aan dat het onderzoek nog in de kinderschoenen staat, maar dat de resultaten suggereren dat oxytocine de sociale hersenfuncties stimuleren, en mogelijk kunnen vergroten.

De onderzoekers hebben aangegeven dat ze vervolgonderzoek willen doen bij een grotere groep kinderen, nu de resultaten van het vooronderzoek zo veelbelovend blijken. Binnen dat onderzoek wordt ook goed gelet op bijwerkingen en voor- en nadelen van oxytocine voor kinderen met autisme. De onderzoekers benadrukken ook dat ouders nu niet ineens zelf moeten experimenteren met oxytocine, omdat de mogelijke schade nog niet bekend is.

Bron: Proceedings of the National Academy of Science. en ggznieuws.nl

Bron foto: http://www.sxc.hu/photo/1215912

Dit bericht is geplaatst in: Kinderen, Onderzoek en weetjes

Delicia is opgeleid tot psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam. Zij richt zich vooral op psychische problematiek bij jongvolwassenen en volwassenen. Haar werkervaring bij de GGZ bestaat uit het behandelen van (jong)volwassenen met uiteenlopende psychische problemen. Hierbij maakt zij vaak gebruik van de technieken uit de cognitieve gedragstherapie en is haar aanpak gericht op het aanbieden van praktische handvatten.